"Nauwelijks meer mensen aan het werk door de participatiewet" kopte de NOS vorige week na een kritisch eindoordeel van het Sociaal Cultureel Planbureau. Financiële prikkels, verplichtingen & sancties zouden vrijwel geen invloed hebben op uitstroom naar werk. Zit het probleem alleen wel in de participatiewet, of is dit het moment te bouwen aan een fundamentele oplossing?

In dit tweedelige artikel leg ik uit dat het faciliteren van werken met commons vanuit burgerinitiatieven, de potentie heeft om het begrip werk te herdefiniëren en daarmee toegankelijker te maken voor mensen met een ‘afstand tot de arbeidsmarkt’. We gaan hiervoor kort terug naar de eerdere organisatie van commons door burgers en de relatie met werk, om daarna de verandering van werk te omschrijven nadat bedrijven en de overheid meer commons ging beheren.

Commons en werk: toen

Wanneer we teruggaan naar de middeleeuwen zien we burgers verenigen in collectieven om private en publieke goederen te produceren, gezamenlijk grondstoffen in te kopen, land te beheren, te cultiveren en beschermen, gebaseerd op een principe van wederkerigheid. Als individu investeer je tijd en energie in het collectief om wanneer nodig zelf gebruik te maken van het gemeengoed. Zou je kunnen zeggen dat het bijdragen aan beheer van commons als werk werd gezien? Deze vraag was waarschijnlijk niet zo relevant: zolang je kan voorzien in je levensbehoefte en deel uitmaakt van een gemeenschap dat naar je omkeek in mindere tijden, maakt het relatief weinig uit in welke vorm je je kwaliteiten inzette. Door je ondanks een fysieke beperking in te zetten als ‘watchmen’ op het plein voor de kerk, of je kennis deelde over het cultiveren van vruchtbare grond: een directe of indirecte beloning, in de vorm van een maaltijd of onderdak, lag in het verschiet.

Individuen in een collectief kenden elkaar en de omgeving goed, wat de organisatie en verdeling van kleine taken gemakkelijk liet inpassen bij de kwaliteiten van het individu. Wat werk is werd met kennis van elkaar en omgeving door het collectief van onderop vormgegeven. Iedereen kon zo een gepersonaliseerde bijdrage leveren. De stap naar werk was zo een stuk kleiner en het hebben van een ‘afstand tot de arbeidsmarkt’ was hier dus ook niet zo relevant.

Commons en werk: nu

Het gezamenlijke beheer van commons door burgers veranderde eind 18e eeuw door de industriële revolutie en de opkomst van de vrije markt. De organisatie en het beheer van commons verschoof van het burgercollectief naar de overheid en het bedrijfsleven. Waar eerder een bijdrage te leveren was aan -en je onderdeel kon worden van- burgercollectieven, kan je nu aankloppen op de arbeidsmarkt.*

Dit bracht veel nieuwe mogelijkheden om voor een baas te werken maar wel onder een nieuwe invulling van het wederkerigheidsprincipe: De werknemer krijgt geld van de werkgever in ruil voor arbeidsproductiviteit. Wat werk is, wordt in een contract vastgelegd, geformaliseerd en vaak top-down gedefinieerd. In deze afbakening van werk is het voor de mensen die niet de gewenste productiviteit kunnen generen, tegenover de mensen die dat beter kunnen, geen plek. Hoe minder je aan de gevraagde productiviteit kan voldoen, hoe kleiner de kans dat je deel kan nemen op deze arbeidsmarkt. Het is vanaf nu dan ook mogelijk om een afstand tot de arbeidsmarkt te hebben.

Een participatiewet gebaseerd op onze huidige top-down afbakening van werk brengt ons niet verder. Terug naar een middeleeuwse organisatie van commons is inderdaad ook niet realistisch. Wel biedt een verschuiving van commons beheer terug naar de burger de mogelijkheid onze arbeidsmarkt op een fundamenteler niveau inclusiever te maken. Hiervoor het tweede deel van dit artikel.

* Je kan beargumenteren dat hier ook ‘vrijwilligerswerk’ is ontstaan. Gechargeerd: ‘echt werk’ wat plaats vindt op de arbeidsmarkt, georganiseerd vanuit de markt of de overheid, heeft de status quo. Dit werk doe je niet als vrijwilliger voor publieke meerwaarde (dat doe je in vrijwilligerswerk): dit werk doe je voor geld. Hetzelfde kan gezegd worden over het ontstaan van de ANBI status. Maak je als organisatie een uitzondering op het monetaire groei principe en zet je je enkel in voor publieke meerwaarde? Dan kan je sinds 2008 een procedure aangaan om erkend te worden als Algemeen Nut Beoogde Instelling.

Hoe relevant is een afstand tot de arbeidsmarkt? (deel 2/2)

In deel 1 van deze column zoomde Meenter Bastiaan Meinders in op het begrip 'werk' en hoe dat vooral een modern verschijnsel is. Hetzelfde geldt...

Laat het geld niet weglekken uit je buurt

Meenter Tanja Bubic was bij de Stad van Morgen-conferentie op 6 en 7 december en raakte geïnspireerd. Vooral door de toespraak van Schrijver Ted...

Hoe relevant is een afstand tot de arbeidsmarkt? (deel 1/2)

"Nauwelijks meer mensen aan het werk door de participatiewet" kopte de NOS vorige week na een kritisch eindoordeel van het Sociaal Cultureel...

Jens mapt #6. Aanbesteding

"Internetkabels ooit zijn aangelegd met gemeenschapsgeld, net als electriciteitskabels en gasleidingen. Waarom betalen we dan abonnementskosten,...

Jens mapt #5. Labels

"Hoe nuttig is categorisering? Wanneer je een kaart maakt met informatie erop, heb je categorieën nodig. Aan de andere kant passen veel...